Een stukje geschiedenis.

We gaan terug naar het begin van de 13e eeuw.
Met goedkeuring van hun plaatselijke heer, beschermt een groep mannen hun stad of dorp, een andere naam voor beschermen is beschutten.
Er werden kruisbogen, handbogen en messen gebruikt en later ook vuurwapens.
De schutterijen waren sterk verbonden aan de rooms katholieke kerk

Om bij een schuttersgilde te komen moest je een belofte afleggen. (ook wel een eed genoemd)
De eed luide als volgd:

  1. Zij moesten zich als goed christen gedragen.
  2. Schutters moesten een eventuele opstand meteen doorgeven aan het stadsbestuur.
  3. Bij het luiden van de stormklokken (de kerkklokken) moesten ze met hun wapen naar het stadhuis.
  4. Een oorlog moesten ze van begin tot eind meemaken.

Ook moesten zij de eed van "Broederschap en gouden trouw" afleggen. Je moest dus altijd je mede-schutters helpen en trouw zijn aan het stadsbestuur.

Wie zich niet aan de regels hield werd uit het gilde gestoten dit was niet alleen een ramp voor de "eer" van de schutter maar ook een erg dure grap, de schutters hadden voor veel geld een harnas aangeschafd die zij nu niet meer mochten dragen.
Schutters moesten van ''onbesproken'' gedrag zijn, dus geen misdadiger of boef zijn.
En alle schutters waren rooms katholiek.
Een nieuwe schutter vas verplicht tot het uitdelen van een traktatie, vroeger noemde men dit vergansing bijvoorbeeld een vat bier, verder moest er ook intredegeld betaald worden ook wel inkomstgeld of doodsgeld genoemd. (op dat doodsgeld komen we straks nog terug)
Vloeken, liegen, met de vuisten slaan, messen trekken en schelden waren verboden. Voor deze dingen moest men boete betalen.
Natuurlijk moest men goed kunnen schieten . Elke week werdt er geoefend.
Maar het belangrijkste was het koningsschieten. Dit heette de papagaydach.
Wie het laatste restje van de houten vogel, die hoog op een paal zat, eraf schoot, mocht zich koning noemen. Van het stadsbestuur of de rijken uit de stad kregen zij geld of goederen. (Vat bier, een varken, kippen of zoiets)
Men was broeders tot in de dood, leden moesten vooruitbetalen voor hun begrafenis dat noemde men doodsschuld, de schutters droegen hun overleden broeder naar het graf. In Limburg en Brabant is dit in sommige plaatsen nu nog zo.

Nu gaan we terug naar  Schutterij Oldensaele
Als Oldenzaal in 1249 haar stadsrechten krijgt is er al sprake van een schutterij, een groep veldwachters en stadswachten die die de mensen in en om Oldenzaal beschermen tegen boeven en ander gespuis. In deze eeuw is het doel van de schutterij niet meer het beschermen van de inwoners maar het uitoefenen van de schietsport volgens de oude regels van de schutterij. De schutters, in het begin van deze eeuw uitsluitend mannen, schieten op een houten vogel gemaakt van berkenhout( soms gebruikte met ook elzen of eikenhout) de vogel zat op een houten paal van 10 a 15 meter hoog.
Voordat de vogel omhoog gezet wordt, doopt de vogelmaker hem met bier.
Nu volgt eerst de optocht door de wijk  Aan deze optocht doen ook de schuttersverenigingen  uit de omgeving van Oldenzaal mee, te weten:
-Sint Marten uit Losser
-Concordia uit Glane
-Schuttersvereniging Overdinkel
-Schuttersvereniging Glanerbrug
- S.V. Gross Heinz (Dld)
Een verschil met vroeger en nu is dat er nu ook vrouwen meeschieten. Er wordt geschoten met verschillende geweren, het gebruikelijkste zijn karabijnen er zitten kogels in van 6 of 9 mm. Voor de veiligheid ligt de karabijn in een affuit.
Om de beurt schieten de leden op de vogel
Het schieten gaat volgens een bepaalde volgorde: eerst de linkervleugel, daarna de rechter, de kop, de staart en daarna pas de romp. Op alle delen van de vogel staat een prijs. Wie het laatste stuk van de vogel eraf schiet mag zich koning noemen. De koning kiest zijn koningin en hofhouding. Als een vrouw de vogel eraf schiet kiest zij een prins-gemaal. Koningspaar en hofhouding worden begeleid door de adjudant.
De koning wordt gehuldigd door de voorzitter van de vereniging, de aftredende koning hang de nieuwe koning de koningsketting om.

Niet alleen volwassenen kunnen schieten voor het koningsschap, voor kinderen is er een apparte wedstrijd. De winnaar van deze wedstijd wordt jeugdkoning of koningin zij mogen nog niet schieten met een vuurwapen maar met een luchtdrukgeweer. De jeugdkoning loopt ook mee in de optocht.
Jeugdleden zijn welkom vanaf plm. 10 jaar.

Zo heeft elke vereniging zijn koning maar wij kennen ook het keizerschieten.
Van elke vereniging schieten 5-oud koningen voor de titel: Keizer van Twente.
De heersende koning mag niet meeschieten.

Heersende Koning 2011/2012  is Robert Agterbos

Koningen en Koninginnen vanaf 1993 tot nu:

1993 Willie Mulder
1994 Leo Ankone
1995 Truus Spit
1996 Joop Walkot
1997 Annelies Boswinkel
1998 Willy Voorhuis
1999 Desmond Boswinkel
2000 Willie Mulder
2001 Tonny Pleyhuis
2002 Joop Berendsen
2003 Jolanda Hesselink
2004 Jan ter Brake
2005 Theo Weijering
2006 Marleen Waalderink
2007 Hennie  Nijhuis
2008 Rene Bouma
2009 Emiel Wassing
2010 Roy Kers
2011 Robert Agterbos